VISSCHERIJ

VISSCHERIJ – woonhuis aan het Naardermeer (Meerkade nr. 1) randje Muiderberg. In de Visscherij woonden vier generaties Hoetmer, die met een pachtcontract op zak van het vissen hun beroep maakten. De eerste was Jan Hoetmer ((1841-1925), die omstreeks 1880 in het achterste deel van het vissershuis woonde. Waarschijnlijk is de Visscherij al sinds de 17de eeuw bewoond geweest.

De oudste pachtcontracten dateren uit de late Middeleeuwen. Uit een contract uit 1604 voor de ‘visscherije en vogelarije’ valt op te maken dat een pacht voor de tijd van vier jaar werd verleend *). Daarna volgde een nieuwe aanbesteding. Van de pachters werd verwacht, dat ze het meer zouden bevissen als ‘goede gebruikers’ en volgens het ‘meerrecht, waarvan zij de regels kenden’.  In het Naardermeer werd commercieel gevist op paling, snoek, zeelt en voorntjes.

Deze activiteit werd bedreigd op het moment dat de gemeente Amsterdam zijn oog op het meer had laten vallen om te gebruiken als stortplaats voor huisvuil. Met een gering stemmenverschil werd het voorstel tot aankoop in de gemeenteraad verworpen. De mogelijkheid dat het gebied voor de natuur verloren zou gaan verdween geheel, toen de hiertoe opgerichte Vereniging tot Behoud van Natuurmonumenten het Naardermeer in 1906 aankocht.

De Hoetmers konden hun werk voortzetten en de Visscherij bleef als woonhuis bestemd voor de zelfstandige pachters. Het was voor hen een teleurstelling toen Natuurmonumenten in 1992 een eind aan de beroepsvisserij maakte. De laatste visser uit het Hoetmer-geslacht was Piet Hoetmer. Deze mocht in de Visscherij blijven wonen en – alleen voor eigen gebruik – blijven vissen. In 2007 verhuisde hij met zijn echtgenote Clasien Meijer (dochter van het voormalige schoolhoofd Jan Meijer) naar een woning in Muiderberg, waar hij in 2016 overleed.   

*) Het Naardermeer behoorde tot het leengebied van het bisdom Utrecht. De Kerk St. Maarten had recht op  de pachtopbrengsten.

« Terug naar Lexicon A-Z