Geschiedenis van een brinkdorp ‘aan zee’.

Muiderberg, een brinkdorp met zo’n 3.000 inwoners aan het IJmeer, een deel van de vroegere Zuiderzee. Als een parel in een oester verborgen in een hoekje van de rijkswegen  A1 en  A6. Met uitzicht op de Hollandse Brug en de torenflats van Almere. Een groene oase tussen Amsterdam en ’t Gooi. Begonnen als Nederlands-hervormd boerendorp uitgegroeid tot ‘gemengd’ forensendorp. Tussendoor ontdekt door Amsterdamse kooplieden en dagjesmensen. Was Muiderberg met de aanleg van de Afsluitdijk en de economische crisis in de jaren ’30 als badplaats uit de gratie geraakt, na de oorlog is het dorp opnieuw ontdekt door wandelaars, fietsers, strandbezoekers en watersporters.

Leenheer Floris V

Voor de ontstaansgeschiedenis moeten we ver in de tijd teruggaan. Omstreeks het jaar 950 waren de gronden rondom Muiderberg in eigendom van de abdis van Elten. De elfde abdis droeg Naardingenland in 1280 in erfelijke pacht over aan Floris V, graaf van Holland en Zeeland. Vanaf toen moesten de boeren pacht aan de nieuwe leenheer betalen. In 1813 waren er verschillende boeren die weigerden nog langer aan deze verplichting te voldoen. Het geschil werd uitgevochten tot aan de Hoge Raad. Dit rechtscollege gaf de boeren gelijk. Het leenrecht werd vervallen verklaard met als reden dat de abdis van Elten niet meer bestond. Floris V was al vijf eeuwen daarvoor door de ‘edelen’ vermoord.

Berg bij Muyden

Nog iets verder terug in de tijd: Muiderberg ligt op een stuwwal, een overblijfsel uit de ijstijd, en is het laatste puntje van de Utrechtse Heuvelrug. Het land werd omhoog geduwd door de gletsjers uit het hoge noorden. De eerste bewoners zagen de zandverhogingen aan voor bergen en noemden de opvallendste heuvel de Kavelberg. Het totaal werd ‘Berg bij Muyden’ genoemd, wat een kleine stap is naar de Muyder-berg. Historici wijzen op kaarten uit de 8ste of 9de eeuw, waarop het huidige grondgebied werd aangeduid met Werinon, een naam die voortleeft in de plaatselijke tafeltennisvereniging. Aan de stuwwal hebben we niet alleen de naam Muiderberg te danken, maar ook straten die niet helemaal horizontaal lopen.

Landbouw en veeteelt

Van oorsprong is Muiderberg een agrarisch dorp. De landbouw bracht boekweit, rogge, koren en aardappelen voort. Het boekweit komt terug in het Dorpswapen, alhoewel sommigen menen dat het om een korenschoof gaat. Geleidelijk aan werd veeteelt belangrijker. Akkerbouw had last van de daling van de bodem, wat van invloed was op het grondwaterpeil. Het aantal inwoners in de 17de eeuw stelde met nog geen dertig huizen (dit zullen wel boerderijen zijn geweest) niet veel voor. Was Muiderberg in die dagen alleen met paard en wagen of diligence bereikbaar, een grote verbetering kwam rond 1640 met het graven van de trekvaarten van Amsterdam naar Naarden.

Buitenplaatsen

Aan het begin van de 18de eeuw kwam Muiderberg in zwang als (zomer)verblijfplaats voor rijke Amsterdamse kooplieden. Zij lieten een aantal buitenplaatsen aanleggen rond de meent, de gemeenschappelijke weideplaats voor het vee. De bekendste waren Berghuize (naast de voormalige Boskapel), Hofrust (ongeveer waar nu het brandweergebouw staat) en Rustrijk in het Echobos. Iets verderop lag het buiten Wisseloord. De eigenaren van de ‘lusthoven’ aan de meent waren niet zo verrukt van de weide voor hun deur. Zij namen het beheer van de gemeente over en plantten er veel bomen; de meent werd het beukenbos (‘Beukenbosch’). Pas veel later (vermoedelijk in de jaren ’20 van de vorige eeuw) kwam de naam ‘brink’ in zwang.

Badplaats

Door de komst van de Gooische Stoomtram in 1881 werd Muiderberg veel beter  bereikbaar. Amsterdammers ontdekten Muiderberg als badplaats waar het goed toeven was. Eind 1800/begin 1900 schoten cafés, restaurants, pensions en hotels als paddenstoelen uit de grond. Muiderberg werd opgestuwd in de vaart der volkeren. In 1912 verkreeg het dorp aansluiting op het elektriciteitsnet en twee jaar later op het waterleidingnet.

De komst van de stoomtram trok ook investeerders aan die ervan uitgingen dat de grondprijzen zouden stijgen. Dit leidde tot de bouw van de karakteristieke, vrijstaande huizen langs de Brink, de Eikenlaan en de Badlaan en tot de bouw van de tien gelijkvormige villa’s aan het begin van de Nienhuis Ruyskade (de elfde is van veel latere datum).

Forensenplaats

Ondanks deze bouwactiviteiten bleef het inwonertal laag. Rond 1910 woonden er slechts 500 mensen in het dorp. Het aantal dagrecreanten lag veel hoger. Op warme dagen kwamen zij met duizenden tegelijk. Na de Tweede Wereldoorlog veranderde Muiderberg in een forensenplaats. In compacte nieuwbouwwijken werden in de jaren ’50 en `60 reeksen rijtjeshuizen gebouwd (de naar schilders genoemde ‘straten’). Eind jaren ‘70 werd begonnen met woningbouw buiten de oude zeedijk, waardoor Buitendijke(n) ontstond. Voor de ontsluiting van deze wijk werd er een nieuwe weg door en over de dijk aangelegd (de Erfgooierslaan). Tevens werden de Nienhuis Ruyskade en de Tesselschadelaan doorgetrokken.

Oorlog en geweld

Het was niet altijd pais en vree in het boerendorp. Tussen 1625 en 1640 werd Muiderberg door de Spanjaarden enige malen grondig verwoest. Het Franse leger bezocht het dorp in 1673, waarbij met name de joodse begraafplaats zwaar werd getroffen. Veel grafzerken werden weggehaald om als fundering te dienen voor geschut, dat naar de Franse batterij aan de Dijkweg werd vervoerd.  

Ruim een eeuw later, in 1787, viel het Pruisische leger met 20.000 man ons land binnen. Aanleiding was de aanhouding van de gemalin van stadhouder Willem V bij Goejanverwellesluis. Op weg naar Amsterdam passeerden de soldaten Muiderberg en plunderden en passant alle buitenplaatsen en de pastorie. In 1813 werd Muiderberg opnieuw bezocht door de Fransen en na de nederlagen van Napoleon door de Kozakken. Weer vonden in Muiderberg vernielingen en plunderingen plaats.

Evacuatie

Enkele dagen na de inval van het Duitse leger op 10 mei 1940 kregen de bewoners van Muiderberg het bericht dat ze geëvacueerd zouden worden. Het dorp was onderdeel van de Nieuwe Hollandse Waterlinie en overal stonden bunkers. Bij het uitbreken van gevechten tussen het Nederlandse en het Duitse leger zou het voor de burgerij veel te gevaarlijk worden. De dorpelingen moesten zich op de Brink verzamelen. Vandaar werden ze met vrachtwagens en bussen naar het station in Weesp gereden. Vervolgens ging de reis in de nachtelijke uurtjes met een veewagen naar Enkhuizen, waar de Muiderbergers bij gezinnen werden ingekwartierd. Na het bombardement op Rotterdam op 14 mei 1940 gaf Nederland zich over. Alle geëvacueerde mensen konden na een afwezigheid van enkele dagen weer terug naar hun dorp.

Bestuur

Ooit begonnen als zelfstandige mini-gemeente, werd het dorp Muiderberg op 1 januari 1812 bestuurlijk samengevoegd met het stadje Muiden onder de naam gemeente ‘Muiden-en-Muiderberg’. De toevoeging ‘en-Muiderberg’ is in de loop der tijd stilzwijgend uit de gemeentenaam verdwenen. Volgens Muiderbergkenner Kl. Sierksma lag daar geen raadsbesluit aan ten grondslag. Na ruim twee eeuwen kwam aan het bestaan van de gemeente Muiden een einde. Per 1 januari 2016 gingen Muiden en Muiderberg – samen met de gemeentes Naarden en Bussum – op in de nieuwe gemeente Gooise Meren. Enkele weken daarvoor werd de Vereniging Dorpsraad Muiderberg opgericht. De bevoegdheden werden vastgelegd in een convenant met de gemeente. Gooise Meren heeft het behoud van de identiteit van de vier kernen, waaronder dus ook Muiderberg, hoog in het vaandel staan.   

Burgemeesters

De eerste burgemeester van Muiden/Muiderberg was de toenmalige schout van Muiden, Jacobus Saportas. Deze woonde in Amsterdam, maar had een buitengoed in Muiderberg. Hij bekleedde het burgemeestersambt van 1812 tot 1839. Zijn opvolgers waren:

Gerrit Verschuur, 1839-1849
J.A. v.d. Spar, 1849-1852
M.J. Schimmel, 1852-1858 (tevens burgemeester van Weesperkarspel)
Cornelis Lamaison, 1858-1862 (tevens burgemeester van Weesperkarspel)
G.C. Fabius, 1862-1887 (tevens burgemeester van Naarden)
G. Koninck Westenbergh, 1887-1899
H.A. Niënhuis Ruys, 1899-1904
J. L. (Jacob Leendert) de Raadt, 1904-1937
Th. C.D. Coops 1937-1944 en (*) 1945-1965
Pim Jongeneel, 1965- 1979
Barend Ferman, 1979-1984
Bert Kuiper, 1985- 1990
Henk over de Linden, 1990-1991 (waarnemend)
Harry Smith, 1991-2005
Anne-Marie Worm-de Moel, 2005-2010
Marleen de Pater-van der Meer, 2010-2015 (waarnemend)
Gooise Meren: Albertine van Vliet-Kuiper, 2016 (interim)
Gooise Meren: Han ter Heegde,  2017 –      

*) [in 1944/1945 NSB-burgemeester Jan Brouwer; in 1945 waarnemend P.M. Drooge]

Anno 2021

Uitzicht vanaf de toren van de Kerk aan Zee

Muiderberg geniet landelijke bekendheid door het ‘knooppunt Muiderberg’. Insiders weten dat Muiderberg meer is: een aantrekkelijke plaats om te wonen, te werken en te recreëren. Op warme dagen zit het strand tjokvol. Paviljoen De Zeemeeuw en midgetgolfbaan De Leeuwenkuil doen dan goede zaken. Op het water vermaken zeilers en (kite)surfers zich, vooral bij een stevige wind. Het jaarlijkse evenement Swing op de Brink is een begrip. Concerten en kunst komen aan bod in de Kerk aan Zee, met een toren die je ook nog kunt beklimmen.   

De buitenplaatsen met hun tuinen en parken zijn weliswaar verdwenen, het Echobos en het Kocherbos liggen er nog, evenals Het Rechthuis en Flevorama. Ook typisch Muiderberg zijn de drie b’s : bunkers, brink en begraafplaatsen: een algemene, een hervormde en een joodse. Aan de grote dijkdoorbraak in 1675 heeft Muiderberg de Bliekwijk en de Dobbertjeskom te danken. Een monument voor Lieftinck, een kei voor Floris V, een Levensboom als herdenkingsplek en een beeltenisplaquette voor G.A. Heinze. Muiderberg wordt niet voor niets een droom van een dorp genoemd.